Motie – halfopen gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdzorg in Ekeren

“Gelet op de beslissing van het college en de Vlaamse regering om een halfopen gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdzorg in Ekeren, ten westen van het domein van de oude Sint-Lucaskliniek, te vestigen;
Gelet op het feit dat noch de Ekerse bevolking, noch de Ekerse districtsraad, noch de Antwerpse gemeenteraad op welke wijze dan ook bij de beslissing betrokken werden;
Gelet op het feit dat deze halfopen gemeenschapsinstelling beter op een neutrale plaats en niet midden in een Ekerse woonwijk kan ingeplant worden;
Betreurt de gemeenteraad van Antwerpen de bijzonder gebrekkige communicatie omtrent dit dossier en eist dat de halfopen gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdzorg noch in Ekeren noch op het grondgebied van de stad Antwerpen ingeplant wordt.”
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad verwerpt de ingediende motie.
Artikel 2
Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

De VOORZITSTER. Het woord is aan de heer Dewinter.

De heer DEWINTER. Mevrouw de burgemeester, de leden van de meerderheid zullen ook in dit dossier opnieuw een grote bocht moeten nemen. (Onderbreking door de heer Van Campenhout, zonder geluidsversterking en bijgevolg onverstaanbaar.) Mijnheer Van Campenhout, leg dat maar uit aan uw Ekerse afdeling, die collectief ontslag heeft genomen. U moet nog iemand overhouden in uw partij.

Mevrouw de burgemeester, op 18 november interpelleerde ik u naar aanleiding van een nota waaruit bleek dat de stad Antwerpen op vraag van het kabinet van minister Vogels een tiental locaties naar voren schoof voor de vestiging van een halfopen centrum voor jeugddelinquenten.

Die nota met de welluidende titel Gemeenschapsinstelling XXX -niemand mocht weten waarover het precies ging- stelde drie concrete locaties voorop. De eerste mogelijkheid was een locatie op Linkeroever aan de vroegere Zeevaartschool, waar al een asielcentrum ingeplant is, waartegen schepen Van Peel zich naar verluidt met hand en tand heeft verzet. Een andere optie was een locatie in het centrum van de stad, meer in het bijzonder het vroegere AKA-kinderziekenhuis en de derde mogelijkheid vormde het gewezen Sint-Lucasziekenhuis in Ekeren.

Ik voorspelde met enige deductie welke locatie het zou worden, namelijk Sint-Lucas in Ekeren. Inmiddels is mijn voorspelling uitgekomen.

De Ekerse bevolking, waar ik deel van uitmaak, is niet echt tevreden -dat is dan nog heel braaf uitgedrukt- met de beslissing die minister Vogels, samen met het stadsbestuur, terzake heeft genomen. Dit heeft zich onder meer vertaald in een lange motie van de Ekerse districtsraad waarin heel wat argumenten worden opgesomd. Ik zal er voorlezing van doen, omdat alle partijen ze hebben ondertekend, met uitzondering van Agalev, de enige die consequent is in dit dossier. Ik heb er respect voor dat Agalev de moed toont om in Ekeren hetzelfde te vertellen als in de gemeenteraad en in het parlement. Daarvoor doe ik mijn hoed af, want dat is tenminste politiek eerlijk. De andere partijen vertellen de lokale bevolking steeds net het omgekeerde van wat in de gemeenteraad en in Brussel wordt beslist.

De districtsraad, met uitzondering dus van de twee Agalev-leden, heeft volgende motie goedgekeurd: "De Ekerse districtsraad heeft samen met de inwoners van Ekeren-Donk op woensdag 4 december met verwondering en ongeloof via de pers vernomen dat Vlaams Minister Mieke Vogels beslist heeft om in Ekeren?Donk een "gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand" in te planten.

Dit ondanks het verzet vanwege het districtsbestuur om een dergelijk centrum aldaar in te planten, zoals aangehaald in een brief aan de Minister d.d. 25?11?2002.

Het ongeloof is des te groter aangezien het voor Ekeren-Donk een tweede maal is dat een dergelijke beslissing zonder medeweten of overleg met de buurtbewoners en het districtsbestuur genomen wordt. Net drie jaar geleden werd op een identieke wijze tot de inplanting van een asielcentrum in het voormalige Sint?Lucasziekenhuis beslist. Ook toen gebeurde dit zonder enig overleg, noch met de buurt, noch met de Ekerse districtsraad. Het cynische is dat de twee instellingen gewoon net naast elkaar gelegen zullen zijn.

De Ekerse districtsraad verwijt de Minister o.a. onzorgvuldig bestuur. Blijkbaar is er bijzondere haast gemoeid met deze beslissing. Dit om ervoor te zorgen dat de voorziene middelen in de begroting van de Vlaamse regering nog dit jaar zouden vastgelegd kunnen worden. We vrezen dan ook dat de Minister daardoor niet de tijd heeft genomen om alle alternatieven te onderzoeken en dan maar een locatie heeft gekozen die ze het snelst kon invullen.

Het is wat dat betreft onbegrijpelijk dat de Minister niet heeft overwogen één van de vele leegstaande gebouwen in de regio of erbuiten te selecteren, maar daarentegen een mooi stukje groen in een prachtige woonwijk gaat volbouwen. Dit is voor een Minister van groene signatuur blijkbaar geen enkel probleem.

We moeten spijtig genoeg in herinnering brengen dat de wijk Ekeren-Donk de afgelopen jaren verschillende malen getroffen werd door wateroverlast en dat de bouw van dit complex, inclusief parking, sportinfrastructuur,… absoluut niet zal bijdragen tot een oplossing van die problematiek, wel integendeel.

Het voormalige ziekenhuiscomplex Sint-Lucas biedt vandaag onderdak aan een asielcentrum, een vredegerecht, opvang voor jonge meisjes met sociaal-pedagogische problemen en een initiatief voor buitenschoolse kinderopvang. Op dezelfde terreinen is tevens een bejaardeninstelling ingeplant. Dit alles combineren met een centrum voor jonge delinquenten is bijzonder ongelukkig en kan dan ook niet volgens ons.

De reden waarom het nieuwe centrum absoluut op Antwerps grondgebied gelegen moet zijn ontgaat ons compleet. Het gaat namelijk over een algemeen maatschappelijke problematiek. Dat Ekeren een deel uitmaakt van het grondgebied van de stad Antwerpen is dan ook dubbel jammer. Nu de fusie bijna dag op dag 20 jaar een feit is, kunnen we gerust concluderen dat er voor de Ekerenaar geen pluspunten verbonden zijn om bij Antwerpen te horen. Na 20 jaar desinvestering hebben we de laatste jaren moeten vaststellen dat de grootstedelijke problemen geëxporteerd zijn geworden naar Ekeren, meer bepaald naar Ekeren-Donk.

Spreken over een slechte communicatie, net zoals ten tijde van het asielcentrum, zou nog te veel eer doen aan de manier waarop dit alles is verlopen. Dat men spreekt over een halfopen instelling, terwijl het gaat over een instelling waar de delinquenten niet buiten mogen, tenzij onder strikte begeleiding, tart werkelijk alle verbeelding.

Gelet op al deze overwegingen roept de Ekerse districtsraad de Minister op om haar beslissing om "een gemeenschapsinstelling voor bijzondere jeugdbijstand" in te planten in Ekeren-Donk, te herzien.

Tevens roept de Ekerse districtsraad alle Vlaamse parlementsleden op om het onzorgvuldig bestuur van de Minister aan te kaarten en alle mogelijke initiatieven te nemen om deze beslissing ongedaan te maken."

Uiteraard vraagt men het stadsbestuur om er mee voor te ijveren de inplanting van dit centrum te Ekeren te voorkomen.

Mevrouw de burgemeester, de Ekerse districtsraad heeft correct en juist gehandeld. Net als de buurtbewoners werd hij nooit geïnformeerd. Nooit was er enige inspraak van de buurt, integendeel.

De buurt wordt reeds geconfronteerd met het asielcentrum, waarnaast nu deze gemeenschapsinstelling zal worden ingeplant.

Vooraleer de motie ter stemming wordt voorgelegd of voor de leden van de meerderheid zelf een motie indienen, wil ik erop wijzen dat het gaat over een reusachtige inplanting van bijna 5 ha, met burelen, vergaderzalen, 240 m² archiefruimte, 60 m² medische lokalen, uitbreidbaarheid van deze administratieve capaciteiten met nog eens 150 m², twaalf kamers met leefruimte, sanitair, keukens, bergruimte, bureel, in totaal 700 m², uitbreidbaarheid van die leefgroep met nog eens 1 400 m², een educatief centrum, klaslokalen met uitbreidbaarheid voor in totaal 360 m², een recreatief centrum, wat meer is dan Ekeren ooit heeft gekregen.

Collega Luyckx heeft er daarnet nog op gewezen hoe slecht het gesteld is met het Schindebad, dat men voor de Ekerenaar zelfs niet kan openhouden. Voor deze instelling wordt wel een sportzaal van 800 m² voorzien. Ekeren heeft zelf geen cultureel centrum voor de inwoners, maar voor deze vijftig jonge delinquenten komen er wel 1 200 m² speelpleinen, uitbreidbaar met nog eens 1 200 m². Het recreatief centrum alleen is op dit moment in totaal al goed voor 3 200 m².

Technische ruimtes omvatten nog eens meer dan 1 500 m². Dan spreek ik nog niet over een parking die nog eens 1 250 m² groot zal zijn. Rond die volgebouwde 5 ha wordt een omheining geplaatst van 4 meter hoog, met aan de straatkant een even hoge muur.

Dat is de situatie waarvoor Ekeren wordt geplaatst en waarmee de buurtbewoners worden geconfronteerd. Ik kan u verzekeren dat u na het avontuur met het asielcentrum in Ekeren niemand meer zult vinden die vertrouwen heeft in het stadsbestuur, de Vlaamse regering, paars-groen en deze meerderheid.

Dit heeft niets te maken met het zogenoemde nimby-syndroom, not in my backyard. Ik woon daar ook en ik vermoed dat u me dit wel zult verwijten, maar ik herhaal dat dit soort centra niet mogen worden ingeplant in een woonwijk, zeker niet op een plaats waar al overlast en wrevel bestaat naar aanleiding van de inplanting van een asielcentrum.

Mevrouw de burgemeester, volgens het stenografisch verslag van de vergadering van 18 november jongstleden hebt u op mijn vragen over de mogelijke inplanting, op een ogenblik dat nog verschillende mogelijkheden open waren, geantwoord: "De minister onderzoekt alle dossiers en ik kan u verzekeren dat de bewoners niet bang hoeven te zijn dat de instelling in een woonzone wordt ingeplant." Amper een maand later valt de beslissing en wordt de instelling ingeplant in een woonwijk, in Ekeren-Donk, zonder enige inspraak en zonder overleg met de buurtbewoners.

Het blijft echter niet bij het asielcentrum en het geplande halfopen centrum. Deze wijk wordt, ondanks heel wat verzet vele jaren geleden, geconfronteerd met de aanleg van de TGV-lijn, naar schatting op 200 à 250 meter in vogelvlucht van het halfopen centrum. Aan de andere kant van Ekeren, op een afstand van 400 à 500 meter, wordt de bevolking geconfronteerd met de aanleg van de tweede spoorverbinding voor de Antwerpse haven, naast de bestaande spoorlijn.

Daarbovenop deze gigantische bouwwerken is van het goede te veel, te meer daar men naar aanleiding van verschillende vragen, ook van SP.A-leden, over de waterhuishouding in Ekeren heeft geantwoord dat aan de andere kant van de Gerardus Stijnenlaan -ongeveer 50 meter daarvandaan- een door een Antwerpse bouwmaatschappij geplande verkaveling van 10 à 12 ha groot niet zou worden gerealiseerd omwille van de aanzienlijke wateroverlast en de vaststelling dat de waterhuishouding in Ekeren geen bijkomende verkavelingen toelaat. Op minder dan 50 meter van die omwille van de mogelijke wateroverlast geweigerde verkaveling plant men nu nochtans een centrum met in totaal ongeveer 5 000 tot 6 000 m² bebouwing, beton en dergelijke. Leg mij maar eens uit hoe in dit soort beslissing enige logica terug te vinden is.

Overigens wijs ik erop dat de privé-eigenaars van ongeveer twee derden van de gronden enige tijd geleden een aanvraag hebben ingediend tot verkaveling voor eventuele bewoning en bebouwing, maar daarvoor nul op het rekwest hebben gekregen, zowel van de Vlaamse regering als van de stad Antwerpen, omdat de waterhuishouding dat niet toelaat.

Wat niet kan voor bebouwing met huizen en straten kan blijkbaar wel voor een halfopen centrum voor jonge delinquenten. Wordt voor hen ander beton en andere bakstenen gebruikt? Ik denk het niet. Wat mogelijk is voor de Vlaamse overheid kan blijkbaar niet voor huisvestingsmaatschappijen of privé-bewoning. Het zij zo. Ik neem er kennis van.

Ik verzeker u evenwel dat de officiële documenten en antwoorden in dit verband ons een uitstekende juridische basis geven om dit dossier te gepasten tijde aan de Raad van State voor te leggen, gelet op de onzorgvuldigheid in het bestuur en een inconsequente wijze van handelen.

De hier vertegenwoordigde partijen van de meerderheid hebben in Ekeren geprotesteerd. Dat deed niet alleen de CD&V, want de VLD beweerde zelfs als fractie in de districtsraad te zullen opstappen. Ze vragen zich af wat ze daar zitten te doen: men praat niet met hen, weigert naar hun beslissingen te luisteren en houdt er geen rekening mee. Integendeel, men veegt de vloer aan met hen. Het bestuur van de VLD in Ekeren zegt er niet meer bij te horen. Voor hen is de kous af en in een dergelijke partij willen ze niet langer functioneren. Ik hoor dezelfde stemmen opgaan bij andere partijen in Ekeren.

Ik had gehoopt dat het stadsbestuur minister Vogels een fermer, consequenter en krachtdadiger signaal zou hebben gegeven en haar duidelijk zou hebben gemaakt dat dit soort instelling niet meer in onze stad thuishoort. In de rand van onze stad is voldoende ruimte zonder bewoning om een centrum in te planten. Die locaties zijn er nog massaal buiten Antwerpen, alsook leegstaande overheidsgebouwen waar geen overlast veroorzaakt wordt voor buurtbewoners en waar de jonge delinquenten niet worden blootgesteld aan de verlokkingen en verleidingen van de grootstad. Waarom moet deze instelling per se in een woonwijk, zo dicht bij het centrum van de stad, waar drugsgebruik en andere misbruiken de jongeren kunnen verleiden?

Ik begrijp dat de meerderheid onze motie niet zal goedkeuren wegens partijpolitieke remmingen. Politiek is wat het is, maar ik stel voor dat de meerderheid op zijn minst zelf een initiatief neemt en luistert naar de districtsraad van Ekeren. Ze moet minister Vogels een signaal geven dat dit in Antwerpen niet aanvaard wordt, wat niets te maken heeft met het nimby-syndroom, en dat in Ekeren de maat vol is.

Soms heb ik de indruk dat men het halfopen centrum maar naast het asielcentrum moet inplanten, waarmee een soort van overlastconcentratiegebied wordt gecreëerd. Eerst richt men er een asielcentrum in, daarna een halfopen centrum voor jonge delinquenten en binnenkort -in de buurt wordt dit trouwens al gefluisterd- zelfs een moskee en andere instellingen die overlast veroorzaken. (Samenspraken.) Dan is het verhaal compleet. Dan heeft men alle overlastinstellingen bijeen gebracht in Ekeren. De meerderheid gaat er daarbij allicht van uit dat ze de kiezers die ze daar door het asielcentrum toch al verloren heeft, niet terugwint en door de inplanting van een halfopen centrum voor jeugddelinquenten geen extra kiezers verliest. Ik hoop evenwel dat dit soort overwegingen de meerderheid niet hebben bezield om dit halfopen centrum naast het asielcentrum in te planten.

Mevrouw de burgemeester, ik heb dan ook enkele concrete vragen.

Ten eerste, in het antwoord op een vraag die ik haar in het parlement twee weken na mijn interpellatie in de gemeenteraad stelde, verwijst minister Vogels ernaar dat ze haar beslissing heeft genomen in overleg met en na goedkeuring van het stadsbestuur. Ik zal haar binnen twee weken opnieuw interpelleren. Daarom is uw antwoord dan ook van belang.

Ten eerste, werd inderdaad overleg gepleegd met het stadsbestuur? Werd de nota Gemeenschapsinstelling XXX opgemaakt door de diensten van onze stad en hebt u daarin inzage gehad? Werd de beslissing om dit centrum in Ekeren in te planten genomen met medeweten en goedkeuring van het schepencollege? Was u op de hoogte en hebt u uw goedkeuring verleend?

Ten tweede, waarom werd de districtsraad op geen enkel moment gekend, hoewel hij de minister reeds op 25 november een brief heeft geschreven, met kopie aan u, omdat hij gealarmeerd was door de berichten in de pers en mijn interpellatie in de gemeenteraad? Werd overleg gepleegd? Misschien gebeurde dat wel, maar wordt dit door de districtsraad niet meegedeeld. Zo ja, wanneer? Wat is in bevestigend geval de inhoud van dit overleg vóór de vestiging van het halfopen centrum?

Ten derde, zal de stad Antwerpen een bouwvergunning verlenen wanneer de bouwheer, in casu de Vlaamse gemeenschap, een bouwaanvraag indient voor dit halfopen centrum? Zal u rekening houden met vroegere overwegingen in verband met soortgelijke verkavelingen betreffende waterhuishouding en wateroverlast in de wijk, die de jongste jaren al herhaaldelijk overstroomd is? Indien u toch zou overwegen tot de inplanting over te gaan, welke maatregelen zullen ter begeleiding worden genomen om de overlast tot het absolute minimum te beperken?

Mevrouw de burgemeester, ik leg u deze vragen voor in de hoop dat de meerderheid onze motie zal goedkeuren of op zijn minst de politieke moed zal hebben om zelf een motie in te dienen en het minister Vogels duidelijk te maken dat dit centrum niet in Ekeren en overigens niet in Antwerpen thuishoort. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer DEWINTER. Mevrouw de burgemeester, dat deze instelling per se in de stad Antwerpen moet worden opgericht, is niet correct. Deze gemeenschapsinstelling is immers bedoeld voor het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, en niet alleen voor de stad. Daarom verwondert het mij ten zeerste dat deze instelling binnen de grenzen van onze stad dient te worden gerealiseerd, wat volgens de oorspronkelijke nota de uitdrukkelijke wens van de minister is.

Niemand keert zich tegen de instelling als dusdanig. We zijn er inderdaad allemaal van overtuigd dat de inrichting daarvan noodzakelijk is. Ik herhaal echter dat andere locaties in ons arrondissement minder overlast veroorzaken en dus beter geschikt zijn.

De VOORZITSTER. Mijnheer Dewinter, u kent de voorstellen en weet dus dat ook locaties buiten de stad werden vooropgesteld.

De heer DEWINTER. Op de lijst waarover ik beschik bevindt zich geen enkele locatie buiten Antwerpen.

De VOORZITSTER. Blijkbaar heeft u een onvolledig ontwerp en bent u slecht ingelicht.

De heer DEWINTER. De bewering dat het asielcentrum geen overlast zou veroorzaken moet ik toch enigszins tegenspreken. Ingevolge het massaal protest van de buurt is het asielcentrum beperkt gebleven tot minder dan honderd asielzoekers, hoewel men er twee tot drie keer zoveel wou onderbrengen. Bovendien verblijven er alleen oorlogsslachtoffers, gewonden of mensen in familieverband, zwangere moeders, kinderen en dergelijke. Omwille van die beperkingen is de overlast inderdaad beperkt gebleven.

Het is evenwel niet juist dat er geen overlast zou zijn. De buurtbewoners kampen met rondhanggedrag en sluikstort en er doen zich weliswaar kleine problemen voor.

Met betrekking tot de inplanting van een dergelijke gemeenschapsinstelling gaat het niet alleen over overlast, maar eveneens over het volbouwen van misschien wel de enige open ruimte waarover Ekeren nog beschikt. De wijk heeft de TGV en de tweede spoorontsluiting geslikt en zal ook slikken dat de laatste landbouwgronden verdwijnen voor verkavelingen.

Nu gaat het weer over de enige overblijvende open ruimte. Het stoort me dan ook dat de leden van Agalev, die nochtans voorhouden de verdedigers van groen en open ruimten te zijn, ook die laatste ruimte willen bebouwen, wat daarenboven gebeurt naast een asielcentrum.

De leden van Agalev in Ekeren hebben nochtans al herhaaldelijk gepleit voor het omvormen van dit gebied rond het gewezen Sint-Lucasziekenhuis tot parkruimte. Op de hoorzittingen, die overigens plaatshadden waar de vergadering van volgende donderdag is gepland, werd dit in het bijzijn van de verantwoordelijken van de minister trouwens halvelings aan de bevolking beloofd: het zou bij het asielcentrum blijven, de open ruimte rondom zou worden gerespecteerd en waarom zou van dat gebied zelfs geen parkruimte worden gemaakt…

In de nota van de stad Antwerpen werd al ten dele rekening gehouden met de opmerkingen over de waterhuishouding. Wat de locatie Sint-Lucas, projectfiche 5.1, betreft, lees ik immers: "In de woonbehoeftestudie wordt voorbehoud gemaakt voor bebouwing van de aanpalende gebieden vanwege landelijke en geologische redenen. Het oude ziekenhuisgebouw werd daarentegen opgericht op een hoger gelegen zandheuvel." Zoveel decennia geleden had dit natuurlijk ook zijn redenen.

De nota vervolgt: "Bodemtextuur: zand, zandleem, lemig zand. Gelet op een kwalitatieve integratie van het project in het omgevingslandschap is er zeker behoefte aan een bergingsvijver bij watersnood."

Desondanks wil men er niet alleen een inrichting inplanten van 4 ha groot met een 4 meter hoge omheining, maar zal daarnaast een bergingsvijver ontstaan, omdat men blijkbaar inziet dat de inplanting van dit project op die locatie wateroverlast zal veroorzaken in een wijk die de jongste drie jaar al driemaal door wateroverlast werd geteisterd. Mevrouw de burgemeester, ik hoop dat u beseft welke verantwoordelijkheid u terzake neemt.

De schepen wast zijn handen nu al in onschuld. Daar is hij altijd heel sterk in. De lokale Pontius Pilatus heeft zich hier weer eens ontpopt. Hij wijst er nu immers al op dat niet de stad, maar AROHM verantwoordelijk is voor de bouwvergunning. Hij vergeet wel te vermelden dat de stad Antwerpen steeds advies moet uitbrengen. Dat moet hij maar eens navragen bij de schepen voor ruimtelijke ordening.

Ik zou graag weten welk advies de stad Antwerpen terzake zal geven. Alleszins kan de schepen zijn paraplu niet opsteken door te verwijzen naar AROHM, vermits onze stad advies moet uitbrengen.

Sta me toe ook even stil te staan bij de motie van de meerderheid.

Van koehandel gesproken! Ik begrijp dat de partijen van de meerderheid hun districtsfracties en hun plaatselijke afdelingen over de streep moeten halen. Dus is men naar Ekeren gegaan in de decembersfeer, als sinterklaas of kerstman, met de mededeling dat cadeaus zullen worden uitgedeeld. De meerderheid zwaait de lokale districtsraadsleden enkele dossiers uit het Ekerse als een wortel voor de neus, in de hoop dat de lokale onervaren mandatarissen gesust worden en terugkeren naar de schaapsstal. Dat is de belangrijkste bekommernis van de heer Van Campenhout en anderen, en dus worden allerlei beloftes gedaan: Germinal-Ekeren, de terreinen van het Veltwijckstadion, de hogesnelheidslijn, het stoepenplan, sportinfrastructuur, de Oude Landen. (Samenspraken.)

In deze motie wordt nochtans geen enkele concrete toezegging gedaan. Volgens die motie vraagt de gemeenteraad het college om in een aantal Ekerse dossiers met spoed knopen door te hakken. U kan dat wel beloven aan de lokale mandatarissen in Ekeren, maar niet aan ons.

De meerderheid hoopt met een koehandel de mandatarissen in Ekeren te sussen, maar beseft dat dit niet zal lukken. (Onderbreking door de heer Van Campenhout, zonder geluidsversterking en bijgevolg onverstaanbaar.) Enig cynisme is u niet vreemd. U moet maar het lef hebben te beweren dat u begrip opbrengt! De Ekerenaren zullen blij zijn te vernemen dat de meerderheid begrip opbrengt voor de teleurstelling bij de mensen en het districtsbestuur over de beslissing van de inplanting…

Met begrip is de bevolking van Ekeren niets. Ofwel is men tegen, ofwel is men voor. Vermits de meerderheid blijkbaar voor is, kan haar begrip de Ekerse bevolking waarschijnlijk gestolen worden. Daarmee komt Ekeren nu eenmaal niet verder.

De motie is trouwens een politieke bekentenis van formaat ten opzichte van Ekeren. De meerderheid geeft immers toe dat ze aan de daarin opgesomde dossiers de vorige jaren geen gevolg heeft gegeven. Ze heeft er de voorbije jaren haar voeten aan geveegd, maar nu Ekeren naast een asielcentrum ook een halfopen centrum voor jeugddelinquenten krijgt, wil ze er misschien, als ze tijd en goesting heeft, wel rekening mee houden. Ik herhaal dat deze motie een politieke bekentenis is van de achterstelling van het district Ekeren zoals we zelden kennen.

Mevrouw de burgemeester, wij zullen ons bij de motie van de meerderheid onthouden, omdat daarin geen duidelijk signaal gegeven wordt dat de stad Antwerpen zich keert tegen de inplanting, integendeel.

Ter zitting wil ik de motie indienen van de districtsraad van Ekeren, ondertekend door alle partijen, dus ook door mandatarissen van de CD&V, de VLD, de SP.A en het Vlaams Blok, en verzoek de bode dit document rond te delen. (Het document wordt rondgedeeld.)

Ik wil ze evenwel aanvullen met volgende vermelding: "De gemeenteraad neemt kennis van de motie van de Ekerse districtsraad en zal samen met de Ekerse districtsraad er mee voor ijveren dat de inplanting van dit centrum in Ekeren niet plaatsvindt." Wij hopen dat de meerderheidspartijen deze motie, die door hun Ekerse fractiegenoten werd ingediend, goedkeuren.

In de constructieve geest die ons kenmerkt zijn wij bereid onze motie in te trekken. Ik hoop dat de meerderheid hetzelfde zal doen, met het oog op een gemeenschappelijke constructieve motie, zoals die door de Ekerse districtsraad werd ingediend. Ik hoop dat de meerderheid de uitgestoken hand van de oppositie en van de Ekerse districtsraad niet zal weigeren. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De VOORZITSTER. Mijnheer Dewinter, als ik het goed begrijp, trekt het Vlaams Blok zijn motie in.

De heer DEWINTER. In zover de meerderheidspartijen bereid zijn de motie van de Ekerse districtsraad te onderschrijven. Ik stel voor de vergadering even te schorsen, opdat de meerderheidspartijen onderling overleg kunnen plegen over de motie van hun partijgenoten.

De VOORZITSTER. Na consultatie van de fractievoorzitters van de meerderheid is een schorsing overbodig.

De heer DEWINTER. Betekent dit dat de meerderheid de motie van haar partijleden in Ekeren niet zal goedkeuren? (Samenspraken.)

De VOORZITSTER. Dames en heren, wij moeten ons uitspreken over drie moties. Ik stel voor eerst over te gaan tot de stemming over de motie van het Vlaams Blok. Of trekt u ze in, mijnheer Dewinter?

De heer DEWINTER. Wij vragen eerst de stemming over de motie van de Ekerse districtsraad.

De VOORZITSTER. Mijnheer Dewinter, wij moeten ons uitspreken over drie moties: de motie van het Vlaams Blok, deze van de meerderheid en ten slotte de motie die u ter zitting hebt ingediend over hetzelfde onderwerp. We stemmen eerst over de motie die het eerst werd ingediend, zijnde deze van het Vlaams Blok.

De heer DEWINTER. Wij trekken die in als de motie van de Ekerse districtsraad door alle partijen wordt goedgekeurd.

De VOORZITSTER. We gaan over tot de stemming over de motie van het Vlaams Blok. Vraagt u hierover de naamstemming?

De heer DEWINTER. Inderdaad, mevrouw de voorzitster.

De VOORZITSTER. Vermits de naamstemming over deze motie werd gevraagd, zal daartoe worden overgegaan.

– De motie wordt verworpen met 27 stemmen tegen 18, 3 raadsleden hebben geen stem uitgebracht.

Filip Dewinter
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...