Interpellatie tot het districtscollege in verband met de principebeslissing van het stedelijk college betreffende de afspraken tussen de dochters en de districten.

In de zitting van vrijdag 25 februari 2011 heeft het College van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen in het kader van de Binnengemeentelijke decentralisatie een principe-beslissing genomen betreffende de afspraken tussen de dochters en de districten. Het college stelt voor om afspraken te maken tussen de dochters en de districten zodat de onderlinge samenwerking geoptimaliseerd wordt. 


In het voornoemde besluit lezen we het volgende. 


De districtsbesturen zijn het eerste aanspreekpunt voor de burger. Het is aangewezen dat zij op de hoogte zijn van de zaken die gebeuren op hun grondgebied, zodat zij op de juiste manier hierover kunnen communiceren. De districtsbesturen kennen hun district door en door, een goede samenwerking met de dochters betekent een meerwaarde voor de burger.


Op het colloquium evaluatie binnengemeentelijke decentralisatie is gebleken dat de districten meestal niet op de hoogte zijn van de werking en van de projecten van AG Stadsplanning Antwerpen, AG Vespa, GAPA en het OCMW binnen hun district. Er is nood aan afspraken met AG Vespa, GAPA, AG Stadsplanning Antwerpen en het OCMW over de rol en de positie van de districten in hun werking en projecten.


Er worden afspraken gemaakt rond een communicatieprocedure zodat de districten worden ingelicht over en betrokken bij alles wat er op hun grondgebied gebeurt door de betrokken dochters. De bovenvernoemde dochters duiden een klantverantwoordelijke aan. Er wordt jaarlijks een evaluatiemoment voorzien. 


Het college stelt voor aan de raden van bestuur van AG Vespa, AG Stadsplanning Antwerpen, GAPA en het OCMW om in samenwerking met districts- en loketwerking afspraken te maken over:


• een communicatieprocedure zodat de districten ingelicht worden over de projecten die


plaatsvinden op hun grondgebied;


• het aanstellen van klantverantwoordelijken; om de samenwerking met de districten te verbeteren. 


Het college geeft opdracht aan Districts- en loketwerking


– om het initiatief te nemen om afspraken te maken met de betrokken dochters;


– de resultaten van de gesprekken ter goedkeuring voor te leggen aan het college. 


Hoewel er nog enige tijd zal overgaan vooraleer het resultaat van deze opdracht gekend is, wens ik van het districtscollege te vernemen:


op welke wijze het college en de raad betrokken zullen worden en dus inspraak zullen hebben bij de uitvoering van de aan Districts- en loketwerking gegeven opdracht;


welke initiatieven het college zal nemen opdat de ‘inlichtingen die aan elk district zullen worden gegeven en het betrekken van het district bij alles wat op het grondgebied gebeurt’ niet beperkt zal blijven tot het districtscollege maar ook de raad zelf op de hoogte zal worden gebracht?

Freddy Geens
Fractievoorzitter districtsraad

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...